Afbeelding van Rat, muis en mol
 

Rat, muis en mol

Afhandeling ontheffingverlening bestrijding van o.a. ratten

 
Afhandeling door de ODH

Een aanvraag voor ontheffing voor beheer en schadebestrijding moet in de meeste gevallen bij de Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBEZH) worden ingediend. De FBEZH vraagt – in overleg met de indiener - de ontheffing aan bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). De ODH beslist over de aanvraag en neemt een besluit namens de provincie Zuid-Holland. Voor de bestrijding van de zwarte rat, de bruine rat, de huismuis, de mol, de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis wordt deze procedure niet gevolgd.
Hieruit volgt dat aanvragen voor de bestrijding van zwarte en bruine rat, huismuis, mol, bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis om ontheffing rechtstreeks bij de ODH ingediend moeten worden en niet bij de FBEZH.

Voor welk type geweer en welke diersoort heeft u ontheffing nodig?
Als u als jachthouder optreedt in uw eigen jachtveld, heeft u op grond van de Wet natuurbescherming (artikel 3.26 Wnb) geen ontheffing nodig voor afschot van de zwarte rat, bruine rat en huismuis. U kunt als jachthouder ook toestemming geven aan een andere jachtaktehouder om in uw jachtveld de drie genoemde soorten met het geweer te bestrijden. Deze jachtaktehouder heeft dan geen ontheffing nodig.

Daarentegen is voor het gebruik van een luchtdrukgeweer, ook als u als jachthouder in het eigen jachtveld optreedt, bij de bestrijding van deze drie diersoorten wél een ontheffing nodig. Dit komt doordat een luchtdrukgeweer niet voldoet aan de regels die in de Wnb aan het geweer zijn gesteld. Voor de vier andere genoemde diersoorten (de mol, de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis) is het gebruik van zowel het geweer als het gebruik van het luchtdrukgeweer ontheffingsplichtig.

Voor welke locatie heeft u een ontheffing nodig?
Voor alle zeven genoemde diersoorten is een ontheffing nodig als het jachtveld waarbinnen de schadebestrijding met het geweer plaatsvindt, afwijkt van de regels die de Wnb in artikel 3.26 aan een jachtveld stelt. In de provincie Zuid-Holland wordt alleen dan een ontheffing van de oppervlakte-eisen verleend, als er door fysieke barrières geen mogelijkheid bestaat om aan de oppervlakteregels te voldoen. Dit is zo geregeld in artikel 3.6 van de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. Dit betekent dat altijd eerst nagegaan moet worden of er via een aangrenzend jachtveld een zodanige combinatie mogelijk is dat het eigen jachtveld aan de regels voldoet. Dit kan bijvoorbeeld via doorverhuur, als de jachthuurovereenkomst dit toestaat, of via een wijziging van de jachthuurovereenkomsten. Is het fysiek wel mogelijk maar wil de betrokken jachthouder, de verhuurder van het jachtrecht of de grondgebruiker hier niet aan meewerken, dan krijgt u toch geen ontheffing.

Een ontheffing is ook nodig als de schadebestrijding van deze diersoorten met (luchtdruk)geweer binnen de bebouwde kom zal gaan plaatsvinden.


Waar kunt u terecht voor meer informatie

Voor meer informatie en voor het indienen van een verzoek om ontheffing kunt u contact opnemen met vergunningen@odh.nl


Samengevat in het onderstaand schema levert dit voor een jachthouder: